In Zulte realiseert Herbosch-Kiere een nieuwe fiets- en wandelbrug over de Leie, gecombineerd met de aanleg van 1,6 kilometer natuurvriendelijke oevers. Achter het elegante ontwerp schuilt een technisch uitdagend betonproject. Vooral de schuine pijlers, complexe bekistingen en strikte toleranties vragen vakmanschap. Hoofdprojectleider Stef Buyck licht toe hoe Herbosch-Kiere die uitdagingen aanpakt.
In opdracht van De Vlaamse Waterweg bouwt Herbosch-Kiere aan een nieuwe fiets- en wandelverbinding ter hoogte van het kasteel van Zulte en de Limnanderdreef. De brug herstelt een historische verbinding tussen beide oevers die verdween na de kanalisering van de Leie. Aansluitend wordt zo’n 1.600 meter aan oevers heringericht tot een natuurvriendelijke oeverzone. Het project vormt een van de stappen in de opwaardering van de Leie voor de scheepvaart in het kader van het netwerk Seine Schelde.

De brug bestaat uit een stalen middendeel van ongeveer 100 meter, ondersteund door betonnen landhoofden, aanrijhellingen en pijlers. De constructie sluit qua architectuur aan bij de nabijgelegen Vlasbrug, die ook een ontwerp is van studiebureau SBE, combineert een verfijnde vormgeving met hoge constructieve eisen. Hoewel de staalconstructie in bruinrode kleur en met een fijnmazige balustrade het meest in het oog springt, zit de grootste technische uitdaging volgens Stef Buyck in de betonwerken. “De slank ogende staalconstructie steunt op een complexe betonnen onderbouw. Dat maakt dit project bijzonder interessant. Vrijwel geen enkel betonelement is standaard uitgevoerd.”
“Op de rechteroever bouwen we in het verlengde van de brug en de dreef een lange aanrijhelling die steunt op betonnen pilaren. Op de linkeroever eindigt de brug op een groot betonnen uitzichtplatform met zitbanken en fietsnietjes. Op dat platform maakt de fietsweg een bocht van 90 graden om dan evenwijdig met de Leie over de oever af te dalen naar het jaagpad. Aan beide zijden sluit de brug aan op het bestaande fietsnetwerk”, vertelt Buyck.

De grootste uitdaging schuilt dus in de schuine betonnen pijlers. Die worden volledig ter plaatse bekist, gewapend en gestort. Door hun schuine vorm volstaat een klassieke uitvoeringsmethode niet. “Bij een verticale pijler werkt de zwaartekracht in je voordeel”, zegt Buyck. “Hier verandert de volledige stort- en verdichtingsmethode. Ook de bekisting vraagt veel meer voorbereiding. Alles moet perfect uitgelijnd zijn.”
Aan de linkeroever steunt het driehoekige uitzichtplatform op meerdere ter plekke gestorte betonnen pijlers. Ook daarvoor ontwikkelde Herbosch-Kiere een volledig op maat gemaakte bekisting. “Dat platform moet naadloos aansluiten op de staalbrug. Daarom werken we met zeer beperkte toleranties. Elke maatvoering en elke stortfase controleren we nauwgezet.”

Na de betonwerken volgt de montage van de vier stalen brugdelen, die geproduceerd worden door CSM in Hamont-Achel. Twee brugdelen van telkens ongeveer 50 ton worden vanaf de oever geplaatst met een telescoopkraan. De overspanning boven het water, bestaande uit brugdelen 3 en 4 met een gezamenlijk gewicht van ongeveer 100 ton, zal op 26 september 2026 vanaf het water worden geplaatst met de bok Antigoon van Herbosch-Kiere.
“Zo’n operatie start maanden vooraf”, legt Buyck uit. “De planning van de betonwerken, het transport, de kraanopstellingen en de montage moeten perfect op elkaar afgestemd zijn. Pas wanneer alle voorbereidende werken exact binnen de vooropgestelde toleranties uitgevoerd zijn, verloopt de plaatsing vlot.”

De betonwerken op de linkeroever bevinden zich in een vergevorderd stadium. De werken aan de aanrijhellingen op de rechteroever worden weldra afgerond. De volledige brug en omgevingsaanleg worden begin 2027 opgeleverd. “Dit project toont mooi aan dat waterbouw vandaag veel verder gaat dan louter functionele infrastructuur”, besluit Buyck. “De constructie moet technisch perfect zijn, maar tegelijk ook architecturaal overtuigen. Net die combinatie maakt dit project zo boeiend.”

Neem dan rechtstreeks contact op met Herbosch-Kiere.
Contact opnemen