Vier verschillende tramspoorsystemen, nieuwe oplossingen voor regenwater en extra aandacht voor bestaande bomen. De vernieuwing van de Brusselse Parklaan stelt Frateur – De Pourcq voor uiteenlopende technische uitdagingen. Opvallend is dat de spoorspecialist ook de omliggende infrastructuur grotendeels zelf uitvoert. “Zo houden we meer controle en spelen we sneller in op wijzigingen”, zegt technisch directeur Jan Gillis.
Frateur – De Pourcq heeft een lange geschiedenis in de spoorbouw. Het bedrijf bestaat sinds 1887 en telt ongeveer 20 bedienden en 70 arbeiders. Naast onderhoud realiseert het nieuwe lijnen, wissels, kruisingen en maatstukken. “Een belangrijke troef is ons eigen constructieatelier”, vertelt Gillis. “Daardoor spelen we snel in op specifieke vragen.”
Op de Parklaan neemt het bedrijf een bredere rol op. Het vernieuwt niet alleen de tramsporen, maar ook de infrastructuur errond. Grondwerken, boordstenen en rioleringsaansluitingen gebeuren grotendeels met eigen teams. “Vroeger werkten we daarvoor vaker samen met een wegenisaannemer. Hier doen we bewust meer zelf. Dat geeft ons meer controle en laat ons sneller reageren op wijzigingen.” Die flexibiliteit bleek meteen nuttig. Bij de start veranderden nog enkele cruciale onderdelen van het ontwerp.

Klimaatadaptatie speelt een opvallende rol in de heraanleg. Regenwater moet zoveel mogelijk ter plaatse infiltreren. Daarom krijgt de Parklaan onder meer wadi’s en waterdoorlatende verharding. Die keuze beïnvloedt zelfs de boordstenen. Samen met een onderaannemer ontwikkelde Frateur – De Pourcq een op maat gemaakte boordsteen. Die vormt één monolithisch geheel en heeft plaatselijk een opstand van ongeveer 30 centimeter. “Om de meter zakt de boordsteen terug naar niveau nul en loopt hij opnieuw op”, legt Gillis uit. “Zo sturen we het water gecontroleerd naar de wadi’s.”
Ook de bestaande bomen vragen een aangepaste aanpak. Een boomexpert begeleidt graafwerken dicht bij de wortels. Eerst legt het team proefsleuven aan. Daarna bepaalt de expert welke wortels behouden, beschermd of verwijderd worden. “Dat is de voorbije jaren veel belangrijker geworden”, merkt Gillis. “Bomen hebben een grote waarde voor hun omgeving, en schade kan grote gevolgen hebben. Daarom bekijken we vooraf heel zorgvuldig hoe we kunnen werken.”

Ook spoortechnisch biedt de Parklaan weinig ruimte voor standaardoplossingen. Binnen het project gebruikt Frateur – De Pourcq vier verschillende systemen. Vooral de bevestiging en inbouw verschillen. In het bredere deel van de Parklaan liggen de woningen voldoende ver van het spoor. Daar volstaat een doorlatende opbouw met ballastbed, asfalt en één trillingsdempende mat.
Verderop wordt de straat smaller. Daar vraagt de nabijheid van woningen meer aandacht voor trillingen. “We gebruiken er een portieksysteem met balken. Een grotere betonmassa zorgt ervoor dat de trillingsdempende matten beter functioneren.” Ter hoogte van de Paul Dejaerlaan loopt het spoor bovendien doorheen een verharding in natuursteen. Prefabmodules helpen daar om de stenen nauwkeurig te positioneren.

Zowel boven als onder de grond moet alles op elkaar aansluiten. MIVB, Vivaqua, nutsmaatschappijen, het gewest en de gemeenten Sint-Gillis en Vorst stemmen de werkzaamheden daarom continu op elkaar af. “We werken hier met veel partijen en veel verschillende technieken”, besluit Gillis. “Net die combinatie vraagt voortdurend overleg en een sterk aanpassingsvermogen. Alles hangt met elkaar samen. Maar door meer werkzaamheden zelf uit te voeren, houden we grip op die raakvlakken en kunnen we sneller bijsturen wanneer dat nodig is.”