Platform over infrastructuur, ruimtelijke inrichting, civiele- en openbare werken

Riolering in Vlaanderen: investeren in duurzaam afvalwaterbeheer en klimaatbestendige infrastructuur

Hoe maken we de riolering in Vlaanderen klaar voor de toekomst? Klimaatverandering, droogte, hevige regenval, stijgende projectkosten en langere doorlooptijden zetten het afvalwaterbeheer steeds meer onder druk. In deze podcast van Grond, Weg & Waterbouw bespreekt Björn Crul met Wendy Francken van VLARIO, Danny Verhulst van Aquafin en Dieter Schreurs van Pipelife hoe investeringen in riolering slimmer en duurzamer kunnen worden aangepakt. Daarbij komen onder meer risicogestuurd assetmanagement, levenscycluskosten, materiaalkeuzes, LCA-methodieken en de nood aan een voorspelbaar langetermijnbeleid aan bod.

Sprekers:

  • Wendy Francken – directeur van VLARIO.
  • Danny Verhulst – Aquafin.
  • Dieter Schreurs – Sustainability Manager Pipelife België.

Host: Björn Crul

Transcriptie

[00:01] Afvalwaterbeheer en de uitdagingen voor de rioleringssector
Björn Crul: Dag luisteraars, welkom in deze nieuwe podcast van Grond, Weg en Waterbouw. Deze keer staan we stil bij een thema dat niet vaak het nieuws haalt, maar wel bepalend is voor ons leefmilieu en onze gezondheid: afvalwaterbeheer. Het is een sector die voor vele uitdagingen staat. De gevolgen van verstedelijking en klimaatverandering bijvoorbeeld, die een andere kijk vereisen op het afvalwaterbeheer en de rioleringsstelsels. Blijven investeren in ons rioleringsnet is een noodzaak. Onder druk staan, is de vraag vooral: hoe optimaliseren we investeringen in riolering, zowel op korte als op lange termijn? Wat zijn de aangewezen keuzes? Waar liggen er efficiëntiewinsten in het verschiet en wat zijn de opportuniteiten op de lange termijn? Mijn naam is Björn Crul en ik buig me vandaag over die vragen met drie gasten die de sector door en door kennen: Wendy Francken, zij is directeur van VLARIO, het kennis- en overlegplatform van de sector. Danny Verhulst, asset manager bij Aquafin, dat in opdracht van de Vlaamse overheid de grote bovengemeentelijke rioleringen en waterzuiveringsinstallaties beheert. En Dieter Schreurs, Sustainability Manager bij Pipelife, producent van leidingsystemen voor rioleringen. Welkom, alle drie in onze studio. Wendy, laat ik met jou beginnen. Droogte en klimaatverandering staan hoog op de agenda vandaag. Waarom moeten we daardoor ook meer aandacht geven aan ons afvalwaterbeheer?

[01:24] Riolering als onderdeel van het water- en klimaatbeleid
Wendy Francken: Ik wil eerst benadrukken dat we af moeten van het idee dat riolering alleen maar dient om afvalwater af te voeren. We hebben meer droogtes, we hebben meer wateroverlast. Dus wanneer het meer regent, gaan we enerzijds dat water moeten afvoeren en dan hebben we die leidingen nodig. Anderzijds, wanneer er droogte is, wil het water zoveel mogelijk infiltreren, dus het regenwater bufferen. En daardoor ontstaat er een onevenwicht in die riolering. Dus enerzijds hebben we te veel water, anderzijds te weinig water. En riolering is een van de systemen, van de oplossingen waar we moeten naar kijken. Integraal klimaat- en waterbeleid. En naast de uitbouw van het nieuwe stelsel, moeten we ook kijken naar het bestaande stelsel. Want we hebben al 50.000 kilometer riolering liggen. Belangrijk dat die ook goed onderhouden worden. Dus de boodschap hier is: we moeten niet alleen kijken naar als afvoersysteem, maar ook als essentieel onderdeel van ons water- en klimaatbeleid.

[02:25] Risico’s voor de rioleringen in Vlaanderen
Björn Crul: We weten met z’n allen dat klimaatverandering here is to stay. Het gaat alleen maar acuter worden. Hoe groot is het risico op problemen met rioleringen in Vlaanderen?

[02:35] Uitbouw en onderhoud van het bestaande stelsel
Wendy Francken: We zijn in kaart aan het brengen van het bestaande stelsel. Hoe is de staat daarvan? Dat hebben de rioolbeheerders al goed onder controle. Maar we zien dat we nog altijd heel veel rioleringen moeten aanleggen. We hebben op dit moment een rioleringsgraad van in de 90%. Maar we zijn er nog niet. Dus vandaag enerzijds de uitbouw van het bestaande stelsel. Ook het onderhoud van het bestaande stelsel moet gebeuren. En anderzijds het regenwater zoveel mogelijk afkoppelen van het bestaande stelsel.

[03:06] Concrete gevolgen van klimaatverandering voor Aquafin
Björn Crul: Danny, als asset manager bij Aquafin, wat betekent klimaatverandering heel concreet voor jullie? Met welke fenomenen worden jullie geconfronteerd?

[03:14] Droogte, verzuring en wateroverlast
Danny Verhulst: Er zijn toch wel een paar fenomenen waar wij mee geconfronteerd worden. De droogte is waarschijnlijk de belangrijkste, in die mate dat een periode van droogte of een langere periode van droogte betekent dat er meer geconcentreerd afvalwater in die leidingen terechtkomt. Wat er ook voor zorgt dat er een soort van verzuring optreedt in die leidingen. Een zuur dat ontstaat in die rioleringen en waar we dus een vorm van aantasting krijgen, waar we op termijn een vorm van renovatie of een bescherming tegen zullen moeten ontdekken. Anderzijds is er natuurlijk ook het verhaal van de droogte, die zorgt voor een lagere grondwatertafel, wat ook bij de aanleg van leidingen toch wel een aantal problemen met zich meebrengt. En daarnaast natuurlijk de zeer geconcentreerde regenbuien, zoals Wendy het al aangaf, die er ook voor zorgen dat we meer dan vroeger risico lopen op wateroverlast.

[04:10] Geplande investeringen voor 2026 en 2027
Björn Crul: Wendy, we moeten blijven investeren, dat heb je daarnet al gezegd. En om die investeringsdynamiek in kaart te brengen, hebben jullie een bevraging gedaan van zowel lokale besturen als de Vlaamse overheid. Om na te gaan, ja, wat zijn hun plannen? Wat zeggen de cijfers eigenlijk voor 2026, 2027?

[04:28] Stabiele budgetten en stijgende projectkosten
Wendy Francken: We hebben inderdaad dit voorjaar de bevraging gedaan bij de gemeentelijke rioolbeheerders en ook bij de lokale besturen zelf. 465 miljoen gepland is aan investeringen. En voor 2027 is dat ook bijna 450 miljoen euro. Nu, op zich lijkt dat stabiel, maar we moeten wel een beetje dieper kijken. Want de projectkosten zelf zijn ook wel gestegen, 25 à 30 procent hoger dan vijf jaar geleden. Dus die projectkosten zijn gelinkt aan de langere doorlooptijd van projecten. Gehaald moet worden, moeilijker om omgevingsvergunningen te verkrijgen. Dus eigenlijk kosten die niet direct omgezet worden in nieuwe projecten. Dus het budget is algemeen stabiel, maar op de lange termijn hebben we wel minder rioleringen of minder projecten die de grond ingaan. En wat nog heel belangrijk is, is dat de subsidies wel het investeringsritme sturen. Bijna 90 procent van de rioolbeheerders en lokale besturen hebben geantwoord, zeiden van: kijk, om rioleringen of projecten te kunnen aanleggen.

[05:40] Vlaamse subsidies op langere termijn
Björn Crul: Ja, en hoe zit het eigenlijk met die Vlaamse subsidies? Wat is het perspectief daar op langere termijn?

[05:45] Subsidies, inflatie en voorspelbaarheid
Wendy Francken: We zien dat die subsidies wel stabiel zijn. Ieder jaar voorziet de Vlaamse minister van Omgeving daarvoor een budget van ongeveer 120 miljoen euro. Maar aangezien de inflatie ieder jaar stijgt, zou ook best die subsidie meestijgen met de inflatie. Dat is vandaag niet het geval. Voorspelbaarheid van die middelen.

[06:10] Langere doorlooptijden vanuit marktperspectief
Björn Crul: Dieter, dan kom ik bij jou. Ik hoor van Wendy dat er nog altijd veel geïnvesteerd wordt in onze rioleringen, maar dat eigenlijk het investeringsritme wat vertraagt. Jullie als Pipelife, jullie produceren en leveren leidingen zoals [onduidelijk]. Krijgen jullie soortgelijke signalen van jullie klanten?

[06:26] Vergunningen en beschikbare middelen
Dieter Schreurs: Klopt. Wij krijgen ook indicaties uit de markt, waarin we zien dat die doorlooptijden van projecten toch wel langer zijn dan bijvoorbeeld vijf jaar geleden. Anderzijds zien we ook periodes komen waarin we zien dat er minder projecten op de markt komen. Maar daar zien we meestal wel links met de toekenning van vergunningen of door de middelen die beschikbaar zijn door de lokale overheden.

[06:49] Stijgende kosten van rioleringsprojecten
Björn Crul: Danny, wat ik onthoud ook van wat Wendy net zei, is dat de kosten van rioleringsprojecten stijgen. Kan jij dat bevestigen? Merken jullie dat ook bij Aquafin?

[06:58] Materiaalprijzen, lonen en langere doorlooptijden
Danny Verhulst: We merken dat heel zeker. En het is een groot stuk terug te brengen tot de periode van de corona-epidemie. De materiaalprijzen zijn op dat ogenblik enorm gestegen. Bijvoorbeeld in het assetmanagement maken we nogal wat gebruik van een aantal kunststoffen waar de prijzen heel sterk van gestegen zijn in de tijd. En die zijn op dat niveau gebleven. Dus die zijn na de pandemie niet meer teruggezakt. Natuurlijk zijn ook de lonen en andere kosten de laatste vijf, zes, zeven jaar enorm gestegen. En dat heeft allemaal zijn impact op de projectkosten, inderdaad. Aangevuld ook met hetgeen wat Wendy net zei. Een langere doorlooptijd, archeologie en alles in dat genre hebben ervoor gezorgd dat de prijzen inderdaad heel sterk gestegen zijn.

[07:47] Meer doen met de huidige middelen
Björn Crul: We weten dat de Vlaamse overheid dit soort werkzaamheden subsidieert en dat die subsidies erg belangrijk zijn. Anderzijds, natuurlijk, staat de overheid voor besparingen, omdat ze de ambitie heeft om de tekorten terug te dringen en naar een begrotingsevenwicht te gaan. En tegelijkertijd hoor ik jullie zeggen: ja, we moeten eigenlijk nog meer gaan investeren in ons rioleringsnet. Mogelijkheden om efficiënter om te gaan, om met de huidige middelen meer te doen, Wendy?

[08:16] Drie sporen voor een efficiëntere inzet van middelen
Wendy Francken: Daar kijken we eigenlijk naar drie sporen om de bestaande middelen efficiënter in te zetten. Enerzijds is het risicobeheer: prioriteren van waar levert iedere euro het meeste op. Ten tweede, de volledige levensduur bekijken. Want het is niet zo dat de initiële projectkost, wanneer we daar alleen in het begin naar kijken, er zijn ook nog bijkomende kosten van onderhoud, van levensduur, van alle andere zaken. En natuurlijk, het derde punt is de doorlooptijden verkorten. Want beschikbare budgetten sneller omzetten in projecten, dat levert sowieso de nodige budgetten op.

[08:50] Efficiënter investeren
Björn Crul: Danny, kan het efficiënter?

[08:52] Kosten over de volledige levenscyclus
Danny Verhulst: Het kan in die zin wel wat efficiënter door zeker en vast te kijken, niet alleen naar de investeringskost van het nieuwbouwproject. Dus wat we op dit ogenblik betalen om een riolering in de grond te krijgen, maar het ook wat verder af te stemmen: wat is de totale kost over de levenscyclus van het asset? Na de aanleg komen er uiteraard nog bijkomende kosten voor onderhoud, ruiming, inspectie, eventueel renovatie, herstelling. Het is dus van belang dat we eigenlijk al bij de keuzes die we maken bij de aanleg van het project ook met die latere kosten gaan rekening houden. En dat zal sowieso voor een heel sterke efficiëntieverbetering zorgen.

[09:32] Langetermijnperspectief bij materiaalkeuzes
Björn Crul: Dieter, dat sluit aan bij jullie pleidooi, dat langetermijnperspectief.

[09:35] Verder kijken dan de kost op tijdstip nul
Dieter Schreurs: Ja, klopt. Ik sluit me daar volledig aan bij Danny. Ik denk dat er inderdaad heel veel winst nog te boeken valt op lange termijn door af te stappen van alleen te kijken naar die kosten die we eigenlijk maken op tijdstip nul. En inderdaad te kijken naar: wat zijn de bijkomende kosten die we gaan hebben aan onderhoud, aan vervanging, naar inspectie? Omdat daar nog wel heel wat geld mee gemoeid gaat. En aangezien riolering toch wel decennia moet meegaan en we daar toch mikken… Ik denk dat de Vlaamse rioleringsbeheerders mikken op een levensduur van 75 jaar. Dat zijn heel wat decennia. Ja, daar zijn heel wat kosten die daarmee gemoeid kunnen gaan. Dus ik denk zeker dat we daar nog kunnen optimaliseren. En dat is ook iets wat we trouwens in andere landen al zien. Recent studies gebeuren waar dat er gekeken wordt naar die levenscycluskosten. En waar dat ze wel zien van: oké, bepaalde materialen zijn inderdaad duurder bij aankoop. Maar dat ze dan wel zien van: oké, dat is dan wel geld dat we er terug uithalen na 30, 40 jaar. Want dat natuurlijk hun keuze naar materialen gaat beïnvloeden in die regio. Dus ik denk zeker dat er al zowel precedenten zijn als een noodzaak om daar naar te kijken.

[10:36] De staat van het bestaande rioleringsnet
Björn Crul: Wendy, ik wil nog een ander element in de discussie brengen. [Onduidelijk] 70, de jaren van de verstedelijking. Is de Vlaamse overheid in haar beleid eigenlijk voldoende vooruitziend op wat er gaat komen qua vervanging? Kent men de staat van onze rioleringen eigenlijk?

[10:56] Inventarisatie en inspectie van kritische riolen
Wendy Francken: Nu, de inventaris is bijna volledig in kaart gebracht. De vorige Vlaamse minister heeft een plan uitgezet dat er 20.000 kilometer van de bestaande 50.000 kilometer moest geïnventariseerd worden. En daar heeft men dan ook de prioriteit gemaakt van: we moeten eerst de meest kritische riolen gaan inspecteren om te zien wat daarmee moet gebeuren. Daarmee zit men vandaag min of meer op peil. Er is ook wel een incentive om op peil te zitten, want lokale rioolbeheerders die niet doen wat ze zouden moeten doen, kunnen ook geen subsidies meer krijgen. Dus vandaar is er wel een stok achter de deur om iedereen die nodige inspecties te laten uitvoeren. En het zijn geen inspecties op zich, want er moet ook een plan komen: we zien die riolen, die moeten dan ofwel vervangen worden of gerenoveerd. [Onduidelijk] bestaande stelsel. Dus ja, het bestaande stelsel wordt in kaart gebracht. En er is ook een plan klaar van hoe we dan met dat bestaande stelsel verder moeten gaan.

[11:54] Proactief assetmanagement bij Aquafin
Björn Crul: Danny, als we dan even kijken naar assetmanagement bij Aquafin, hoe pakken jullie dat proactief aan om een goed zicht te hebben op de staat van jullie rioleringsnetten en om dan uiteraard tijdig investeringen te kunnen doen?

[12:05] Risicogebaseerde inspecties
Danny Verhulst: Het is eigenlijk een beetje dezelfde oefening die Wendy net beschreven heeft, maar daar zijn we al iets langer mee bezig bij Aquafin. We zijn er eigenlijk mee gestart, ik denk 2008, 2009. We zijn daar ondertussen nog bijna twintig jaar mee bezig om eigenlijk op basis van risico’s, want dat is het uitgangspunt, de meest risicovolle leidingen eerst te gaan inspecteren en daar eigenlijk de staat van vast te stellen. Dat betekent: wat is een risico? In het geval van de riolering is dat bijvoorbeeld een leiding die heel dicht bij een bestaand gebouw ligt, of onder een snelweg doorgaat, of onder een spoorweg doorgaat. Dan zijn de gevolgen daarvan enorm. Dus dat is het hoogste risico. Daar zijn we dus mee begonnen. En zo zakken we af tot de minder risicovolle leidingen. Dat is een plan dat ondertussen blijft lopen. Want wanneer dat uiteraard klaar is met de eerste ronde, dan start het verhaal opnieuw. En daar koppelen we dan in feite aan wat de herstellingen zijn, wat de vervangingen zijn, wat de renovaties zijn die nodig zijn. Dus uitgaande van de inspecties die gebaseerd zijn op risico’s, gaan we dan een soort van maatregelenprogramma opstellen, gaan we dat uitvoeren. Ook daar weer in de prioriteit van de hoogste risico’s eerst.

[13:23] Levenscyclusanalyse bij investeringsbeslissingen
Björn Crul: [Onduidelijk], de zaken planmatig aanpakken. Ik hoor van jou dat dat vandaag al gebeurt eigenlijk. Data-driven decisions noemen we dat dan op zijn Engels. Nu, het element van de lifecycle analysis wordt hoe langer hoe belangrijker in beslissingen, ook bij lokale overheden. Nadeel daarvan is dat dat vaak complexe analyses zijn. LCA-rekentool te ontwikkelen. Leg ons eens uit wat die tool doet en voor wie die eigenlijk bedoeld is.

[13:53] De LCA-tool van VLARIO
Wendy Francken: Nu, met onze werkgroep Circulariteit, waarin zowel de rioolbeheerders, maar ook studiebureaus en ook leveranciers mee aan tafel zitten, hebben wij een tool ontwikkeld om de impact objectief en meetbaar te maken. Wat betekent nu concreet die duurzaamheid in mijn project? Dus dat naast de technische prestaties en de kostprijs en andere criteria ook deze duurzaamheid mee kan worden opgenomen. Die tool is beschikbaar. En wat doet deze tool? Dus een project kan daar worden ingegeven. Daar wordt dan ingegeven hoeveel meter leiding wil ik aanleggen in dat soort materiaal, projectkeuze, hoe dat de verdichting gaat gebeuren en dergelijke. Dus dat wordt volledig ingegeven in die tool. En de output is dat men dan een klimaatimpact krijgt, dus CO2-equivalenten, maar ook een milieu-impact. Qua CO2 heeft dat, en zo kunnen de verschillende projectkeuzes naast elkaar worden afgewogen, en dan kan men zien: ja, naast de prijs heeft dit project ook deze impact richting milieu. En dat is stap één: het concretiseren, het zichtbaar maken. Stap twee is dat we dat ook willen laten meetellen in de bestekken. Dus wanneer een aannemer een rioolproject tot een aanbesteding komt en die wil laten zien: kijk, ik ga hier met duurzame uitvoeringsmethodes werken, ik ga hier met elektrische wagens, ik ga hier met die soorten materialen, dat die daar dan ook voor wordt beloond. En dat was vandaag nog niet het geval en dat is de volgende stap die wij willen zetten. Wat wij willen, is dat duurzaamheid niet meer abstract is, maar dat het meetbaar wordt in de projecten.

[15:38] Een gemeenschappelijke methodologie voor duurzaamheid
Björn Crul: Ja, Dieter, dat sluit eigenlijk aan bij jullie visie: die materiaalkeuze gaan bekijken op een langere termijn. Hoe zien jullie die tool van VLARIO? Is dat een goede zaak?

[15:53] Duurzaamheidscriteria vergelijkbaar maken
Dieter Schreurs: Dat is zeker een stap in de juiste richting. We hebben de laatste jaren gemerkt dat er vrij veel interesse gekomen is in duurzaamheid. Er is ook een vrij grote push vanuit de overheid, vanuit de markt, om die duurzaamheidscriteria mee op te nemen. Maar je merkt anderzijds ook dat er heel wat methodologieën zijn, heel wat certificeringssystemen die daar naar kijken, wat het natuurlijk heel moeilijk maakt om appelen met appelen te vergelijken. [Onduidelijk] alle stakeholders uit de markt samen te brengen: de opdrachtgevers, de aannemers, de producenten, de studiebureaus. Om eigenlijk een overkoepelende methodologie uit te werken waar alle partijen achter staan. En wat ook toe gaat laten om appelen met appelen te vergelijken. Zodat we een speelveld hebben dat voor iedereen duidelijk is. Een kader dat voor iedereen werkt. Dus ik denk dat dat al een zeer belangrijke stap in de juiste richting is. En daarbij komt nog eens dat die tool ook een heel goed initiatief is om ook hun eigen materialen eens onder de loep te nemen. Om te kijken waar we kunnen verbeteren. En ook voor opdrachtgevers om te kijken welke materialen we eigenlijk onder de grond steken. Want natuurlijk, we hebben het al benoemd, die materialen liggen daar voor 75 jaar. We willen natuurlijk vermijden dat we binnen 75 jaar een enorm probleem onder de grond hebben. En uiteindelijk werken we ook met belastinggeld. Dus het is natuurlijk ook wel belangrijk dat we daar op een degelijke manier mee omgaan. En daar goed over nadenken: welke materialen steken we in de grond? En dat ook op lange termijn.

[17:22] Levenscyclusanalyse bij Aquafin
Björn Crul: Danny, welke maatstaven hanteert Aquafin eigenlijk in haar investeringskeuzes? Maken jullie ook al gebruik van Lifecycle Analysis?

[17:32] Investeringen, onderhoud en einde levensduur
Danny Verhulst: Wij maken inderdaad gebruik van die LCA-methodiek. Een stukje aansluitend bij wat ik al heb gezegd. Dus we kijken niet alleen naar de investeringskost op vandaag, de pure kost om nu het project uitgevoerd te krijgen. Maar dus ook naar alle andere parameters. Wat is de latere onderhoudskost? Om de leiding, de riolering, later te gaan opbreken en te gaan storten, recycleren, wat de mogelijkheden dan zijn.

[18:03] Nieuwbouw en renovatie
Björn Crul: En zijn dat andere analyses voor nieuwbouwprojecten als voor renovaties?

[18:07] Dezelfde parameters voor beide soorten projecten
Danny Verhulst: In se zijn dat eigenlijk min of meer dezelfde analyses. Het zijn dezelfde parameters die in beschouwing genomen worden. Grosso modo, dus inderdaad kijken naar de investeringskosten, ook naar de ecologische impact. Productie van materialen, onderhoudskosten die er zijn, onderhoudsmogelijkheden enzovoort. Dus in principe is de benadering wel min of meer dezelfde.

[18:32] Prioriteiten voor de toekomst
Björn Crul: Nu, ik onthoud uit jullie toelichting dat het zeker niet aan ambitie ontbreekt om voort te werken aan een robuust rioleringsnet in Vlaanderen, maar dat de onzekerheid over investeringsmiddelen en administratieve complexiteit toch wel factoren zijn die tot vertraging leiden vandaag in de projecten. Het is duidelijk dat er een noodzaak is om meer op lange termijn te gaan denken en te gaan plannen, zodat we de nodige investeringen zeker ook gefinancierd zullen krijgen. Vandaar mijn slotvraag aan jullie. Welke maatregel, welke ingreep of welk beleid zou er prioriteit moeten krijgen om de uitdagingen in de rioleringssector op de juiste manier aan te pakken? Wendy?

[19:07] Continuïteit en voorspelbaarheid
Wendy Francken: Zoals je daarnet zelf zei, het gaat over het structureel langetermijninvesteren. De sector heeft nood aan die langetermijnvisie, dus niet iedere zes jaar een koerswijziging. Maar de sector hoort vooral continuïteit, voorspelbaarheid en uitvoerbaarheid. Dus enkel middelen is niet voldoende, maar vooral de drie andere factoren zijn minstens even belangrijk.

[19:31] Assetmanagement meenemen in de langetermijnvisie
Björn Crul: Danny?
Danny Verhulst: Ik denk dat het belangrijk is om… We hebben het al gehad over levenscyclusanalyse en inspecties enzovoort. Dus dat betekent dat niet enkel de investering an sich belangrijk is, dus de nieuwbouw of het nieuwbouwproject, maar ook het assetmanagement, het latere onderhoud, om het allemaal goed in stand te kunnen houden. [Onduidelijk] van een project dat er ook [onduidelijk], onderhouds-, herstellings- en renovatiekosten zullen zijn. Dus dat is ook wel belangrijk om dat in die langetermijnvisie mee te nemen.
Björn Crul: Dieter?

[20:07] Total cost of ownership
Dieter Schreurs: Ik sluit me daar volledig bij aan. Ik denk dat de total cost of ownership, om daar rekening mee te houden op lange termijn, die langetermijnvisie en ook kijken hoe we die middelen optimaal gaan benutten, dat dat een belangrijke mindset is die er moet komen in de markt en dat we daar nog veel winst uit kunnen halen in de toekomst.

[20:24] Afsluiting
Björn Crul: Wel, en laten we dan hopen dat jullie pleidooi van vandaag in deze podcast alvast een eerste stap is om die versnelling te gaan zetten richting de lange termijn. Helaas moeten we hier afronden. Ik wil jullie hartelijk bedanken voor jullie deelname aan deze podcast. Wendy Francken, Danny Verhulst en Dieter Schreurs.
Wendy Francken: Dank je wel en we blijven samen verder werken aan zuiver water.
Danny Verhulst: Heel graag gedaan. Bedankt.

[20:46] Einde van de podcast
Björn Crul: Beste luisteraars, bedankt dat u erbij was vandaag. Ik hoor u graag een volgende keer terug, uiteraard. En voor meer informatie en duiding kan u intussen terecht op onze website [onduidelijk in transcriptie].

Gerelateerde podcasts

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten