Platform over infrastructuur, ruimtelijke inrichting, civiele- en openbare werken

Hoe de cementindustrie bouwt aan een klimaatneutrale toekomst

Cement vormt de basis van vrijwel elke bouwconstructie, maar staat tegelijk voor een grote klimaatuitdaging. Host Björn Crul gaat in gesprek met Hervé Camerlynck, directeur van FEBELCEM, over de toekomst van de Belgische cementindustrie. Ze bespreken hoe de sector inzet op CO₂-reductie, circulaire economie, innovatieve cementsoorten en technologieën zoals carbon capture om tegen 2050 klimaatneutraal te worden. Ook de uitdagingen, investeringen en economische kansen voor Vlaanderen komen uitgebreid aan bod.

Hoe de cementindustrie bouwt aan een klimaatneutrale toekomst 1
Transcriptie

[00:01] Introductie

Björn Crul: Dag luisteraars en welkom bij een nieuwe podcast. Of het nu gaat om snelwegen en bruggen waar we over rijden, of gebouwen waarin we wonen en werken, één materiaal is altijd aanwezig: cement.

Cement en beton associëren we steevast met stevigheid en robuustheid, maar veel minder met duurzaamheid en milieubewustzijn. En toch is net dat waar de sector vandaag volop mee bezig is: zichzelf heruitvinden in het licht van de klimaatverandering, met een productie, koolstofarme oplossingen en initiatieven die passen in de circulaire economie.

Waar staan we en hoe snel wordt die evolutie doorgezet? Ik ben Björn Crul en vandaag is mijn gast Hervé Camerlynck, directeur van FEBELCEM, de federatie van de cementindustrie.

Dag Hervé, welkom.

Hervé Camerlynck: Dag Björn.

[00:50] Wat is cement?

Björn Crul: Hervé, als u aan iemand van buiten de sector zou moeten uitleggen wat cement precies is en waarom het zo belangrijk is in de bouwsector, wat zegt u dan?

Hervé Camerlynck: Cement is eigenlijk een kunstmatige steen. Het werd uitgevonden als alternatief voor metselwerk. Dat was een revolutie. Bouwen met beton maakte het mogelijk om alle vormen te realiseren met een robuust, gemakkelijk te gebruiken bouwmateriaal dat ook lokaal beschikbaar is.

Cement is in feite het bindmiddel dat de eigenschappen geeft aan beton. Het brengt grind, zand en water samen. Cement was dus de manier om beton te krijgen.

Kan men nu denken aan bouwen zonder beton? Nee, dat is niet mogelijk. Cement is echt onmisbaar in de bouwwaardeketen.

[01:47] De CO₂-uitstoot van cement

Björn Crul: Cement wordt vaak met de vinger gewezen als het gaat over duurzaamheid. Hoe komt dat?

Hervé Camerlynck: Om cement te produceren moet men eerst klinker produceren. Dat gebeurt in ovens van ongeveer 1.450 graden.

Het vergt heel veel energie om die temperatuur te bereiken, maar er gebeurt ook een chemische reactie bij de vorming van klinker. Dat is de decarbonatatie van kalksteen. Daarbij ontstaan calciumoxide en CO₂. Dat veroorzaakt een groot deel van de CO₂-uitstoot.

Björn Crul: Ja, omdat het tegelijk ook een heel energie-intensief product is.

Hervé Camerlynck: Ook de energie speelt een rol, maar vooral de chemische reactie. Voor de energie kunnen we bijvoorbeeld biomassa of biomassa-afval gebruiken in plaats van fossiele brandstoffen. Zo kunnen we een oplossing vinden voor een deel van de CO₂-uitstoot. Maar die chemische reactie is onvermijdelijk.

[02:55] De milieu-impact in perspectief

Björn Crul: Betekent dit eigenlijk dat het grote publiek een beetje een vertekend beeld heeft van de milieu-impact van cement?

Hervé Camerlynck: De aandacht voor de CO₂-uitstoot is terecht. Dat is een belangrijk punt. Maar voor de rest wordt cement lokaal geproduceerd met lokale grondstoffen. Het is ook een manier om niet-recycleerbaar afval te gebruiken voor de verhitting van de ovens.

Voor de rest is het een heel zuiver materiaal dat lokaal geproduceerd wordt.

De CO₂-uitstoot veroorzaakt door cement in België vertegenwoordigt ongeveer 3% van de totale CO₂-uitstoot. Dat is uiteraard niet niets.

Ter vergelijking: transport en de verwarming van gebouwen zijn samen goed voor ongeveer 20% van de CO₂-uitstoot in België.

De rol van cement is dus aanzienlijk, maar we mogen ook niet vergeten dat bouwen zonder cement niet mogelijk is. De hele bouwsector is afhankelijk van de productie van cement en beton.

[04:08] Bestaan er alternatieven?

Björn Crul: Dat is eigenlijk het eerste wat je je zou kunnen afvragen. Zijn er alternatieven voor cement? Is er een ander materiaal dat dezelfde functie kan vervullen?

Hervé Camerlynck: Nee… Er zijn wel alternatieven. Er zijn projecten om alternatieve bindmiddelen te ontwikkelen. Vaak is de schaalbaarheid het probleem.

Jaarlijks wordt in België 16 à 17 miljoen kubieke meter beton geproduceerd. Dat is alleen voor België. Dat is dus een enorm volume.

Er bestaan alternatieven, maar vaak slechts voor enkele kubieke meters of enkele honderden kubieke meters.

Schaalbaarheid is dus superbelangrijk.

En de grondstoffen voor beton, zoals kalksteen, zijn gewoon beschikbaar in België. Dat is vandaag een grote troef, in een tijd waarin men voortdurend spreekt over soevereiniteit en minder afhankelijk zijn van buitenlandse aanvoerketens.

Ook op het vlak van energie zijn we minder afhankelijk, doordat we voornamelijk niet-recycleerbaar afval gebruiken voor de verhitting van de ovens en dus minder afhankelijk zijn van de prijs van gas of olie.

[05:34] De roadmap naar klimaatneutraliteit

Björn Crul: Er is een roadmap uitgewerkt om tegen 2050 naar een netto nuluitstoot te gaan. Concreet, wat houdt die ambitie in en wat zijn de grote acties die jullie op poten zetten?

Hervé Camerlynck: De structuur van die roadmap is gebaseerd op drie families van hefbomen.

De eerste familie zijn de traditionele industriële hefbomen. We werken aan alternatieve brandstoffen en aan de prestaties van de ovens, zodat we minder energie verbruiken om klinker te produceren.

De tweede familie situeert zich op het niveau van de cementsamenstellingen en cementrecepturen. België staat bekend om het gebruik van CEM I en CEM III. Ik zal daar niet in detail op ingaan, maar vandaag werken we aan een verdere substitutie van klinker.

Sinds tientallen jaren wordt bijvoorbeeld hoogovenslak gebruikt als substituut. Vandaag zoeken we daarnaast ook andere substituten, onder andere gekalcineerde klei.

De derde familie van hefbomen bestaat uit de echte doorbraaktechnologieën: Carbon Capture and Storage.

[07:04] CO₂ afvangen en opslaan

Björn Crul: Of een stap verder gaan: Carbon Capture and Utilisation. Dat gaat eigenlijk over het afvangen, opslaan en hergebruiken van CO₂. Wat kan dat specifiek voor uw sector betekenen?

Hervé Camerlynck: Op het niveau van de roadmap zal ongeveer 50% van de inspanning voor de reductie van de CO₂-uitstoot komen van Carbon Capture and Storage of Carbon Capture and Utilisation.

Dat is dus aanzienlijk. Het is superbelangrijk, maar het gaat ook om enorme investeringen.

De technologieën voor CO₂-afvang bestaan. Dat is één zaak. Maar de tweede stap is het transport van die CO₂. Als men CO₂ afvangt, wat doet men daar dan mee?

Die wordt gezuiverd en de bedoeling is om die via pijpleidingen te transporteren naar Antwerpen of Zeebrugge en van daaruit verder naar opslaglocaties in de Noordzee, in uitgeputte olie- of gasvelden.

Die infrastructuur voor transport bestaat vandaag nog niet. Dat betekent dat we daar niet alleen over beslissen. Het is een volledige waardeketen die opgebouwd moet worden.

[08:17] De eerste stappen richting 2050

Björn Crul: 2050 lijkt nog veraf, maar er moet vandaag al actie worden ondernomen om die doelstellingen te halen. Wat betekent dat vandaag voor uw sector?

Hervé Camerlynck: Sinds 1990 is de gemiddelde CO₂-voetafdruk van cement met ongeveer 30% gereduceerd.

Vandaag zitten we op ongeveer 520 kilogram CO₂ per ton cement, terwijl dat in 1990 nog ongeveer 750 kilogram was.

De bedoeling is uiteraard om naar netto nul te gaan. Er is dus nog veel werk.

We zijn volop bezig met de traditionele industriële investeringen. Dat is vandaag al aan de gang.

Met de cementsamenstellingen willen we evolueren naar een veel grotere substitutie van klinker. Daarvoor moeten ook de normen aangepast worden. Dat vraagt tijd, maar we zijn daar volop mee bezig.

Het is ook onze rol als federatie om druk uit te oefenen op de overheden, zodat het wettelijke kader evolueert en de infrastructuur voor CO₂-transport gerealiseerd wordt.

[09:35] Cement en circulaire economie

Björn Crul: Er wordt ook steeds meer ingezet op een circulaire economie, zodat natuurlijke grondstoffen niet uitgeput raken. Hoe valt dat te verzoenen met de cementindustrie?

Hervé Camerlynck: Cement zit eigenlijk al heel lang in het hart van de circulaire economie.

Ik sprak daarnet al over hoogovenslak. Dat is een mooi voorbeeld van circulaire economie. Het is een bijproduct van de staalproductie.

Vandaag gaan we nog veel verder.

Ook niet-recycleerbaar afval wordt gebruikt als brandstof in de cementovens.

Daarnaast kan ook de fijne fractie van gerecycleerd beton opnieuw gebruikt worden in de cementproductie.

Dat zit echt in het hart van de cementsector.

[10:24] Circulair bouwen in de praktijk

Björn Crul: De evolutie die de cementindustrie doormaakt, is eigenlijk niet los te zien van de transitie die de bouwsector zelf doormaakt. Is circulair bouwen vandaag fundamenteel anders dan pakweg twintig jaar geleden?

Hervé Camerlynck: Vandaag zijn de principes van circulair bouwen echt geïntegreerd bij architecten en opdrachtgevers.

Een van de grote troeven van beton is de robuustheid.

Een betonstructuur wordt niet ontworpen om dertig jaar mee te gaan, maar honderden jaren, als ze goed uitgevoerd is.

[10:59] Renovatie en hergebruik

Björn Crul: Vandaar dat we vandaag waarschijnlijk ook heel veel renovatieprojecten zien waarbij men die betonnen structuur behoudt en bijvoorbeeld van kantoren woningen maakt.

Hervé Camerlynck: Precies.

Dat is niet altijd eenvoudig, maar het gebeurt steeds vaker.

In nieuwe projecten wordt daar ook al rekening mee gehouden. Architecten ontwerpen gebouwen veel flexibeler, zodat ze later gemakkelijker een andere bestemming kunnen krijgen.

De bedoeling is om de impact zo klein mogelijk te houden.

Hergebruik en recyclage vormen vandaag echt de basis van de bouwopgave.

[11:42] Een referentieproject

Björn Crul: U bent hier samen met uw leden dag in dag uit mee bezig. Hebt u een voorbeeld van een project waarvan u zegt: hier zijn we echt iets fundamenteel aan het veranderen in de sector?

Hervé Camerlynck: Voor mij is het ZIN-project in de Brusselse Noordwijk een echt referentieproject.

Dat project vermijdt de slechte praktijken uit de jaren zestig en zeventig.

Een groot deel van de bestaande structuur werd behouden.

Een ander deel van de structuur werd gerecycleerd en ook een deel van het beton werd gerecycleerd voor een volledig nieuw gebouw.

Het is een gebouw dat enerzijds dienstdoet als kantoor voor de Vlaamse overheid en anderzijds ook woningen omvat.

Alle dimensies van de nieuwe bouwpraktijken zijn zichtbaar in dat project.

[12:47] De rol van FEBELCEM

Björn Crul: Intussen gaat de transformatie naar een duurzamere cementindustrie steeds verder. Wat is de rol van FEBELCEM zelf in die transitie? Hoe helpt u uw leden daarbij?

Hervé Camerlynck: Wij hebben voornamelijk drie rollen.

De eerste is het wettelijke kader helpen evolueren. We leggen druk op administraties en kabinetten om ervoor te zorgen dat decarbonisatie een prioriteit blijft.

Daarnaast zoeken we naar oplossingen om de grote investeringen van onze leden minder risicovol te maken.

Dat gebeurt bijvoorbeeld via mechanismen zoals Carbon Contracts for Difference, zowel in Vlaanderen als in Wallonië.

De tweede rol is communicatie.

We moeten aan alle actoren in de bouwwaardeketen uitleggen wat er gebeurt met cement en beton.

We moeten duidelijk maken dat cement in de toekomst klimaatneutraal kan worden.

Nieuwe materialen, zoals gekalcineerde klei, kunnen ook gevolgen hebben voor aannemers. Dat zijn zaken waarover we moeten communiceren.

Ten derde spelen we een belangrijke rol in de normalisatie. We werken mee aan de introductie van nieuwe cementsoorten en nieuwe betonsoorten en bouwen daarbij een consensus op tussen de verschillende deskundigen.

[14:36] Belangrijkste uitdagingen voor de sector

Björn Crul: Wat kan vandaag nog een rem vormen op dat traject?

Hervé Camerlynck: Een belangrijke rem is het feit dat de investeringen in carbon capture heel veel risico’s met zich meebrengen.

Het gaat om investeringen van honderden miljoenen euro’s die moeten worden genomen, terwijl daar vandaag eigenlijk nog geen sluitende businesscase tegenover staat.

Daarom zijn mechanismen om die investeringen minder risicovol te maken superbelangrijk. Mechanismen zoals Carbon Contracts for Difference zijn daarvoor echt nodig.

Een andere uitdaging is soms de indruk dat de ambities rond decarbonisatie wat afnemen.

Onze boodschap als cementsector is net dat we absoluut moeten doorgaan met die decarbonisatie. We hoeven niet te wachten of te aarzelen. We moeten het gewoon doen.

[15:38] Moeilijke beslissingen

Björn Crul: Wat zijn de moeilijke beslissingen die uw sector vandaag moet nemen?

Hervé Camerlynck: Dat zijn vooral die enorme investeringen.

De zogenaamde Final Investment Decisions (FID’s) moeten genomen worden.

Bedrijven zullen investeren zodra de infrastructuur bestaat om CO₂ te transporteren.

Aan de andere kant zal de operator van het CO₂-transport, Fluxys, pas investeren wanneer er voldoende zekerheid is dat de cementproducenten installaties bouwen om CO₂ af te vangen.

Dat is vandaag een typisch chicken-and-eggverhaal.

Dat zijn de moeilijke beslissingen die nu genomen moeten worden. Of dat dit jaar gebeurt, volgend jaar of misschien pas in 2028, weet ik niet. Maar we zitten nu wel in die cruciale periode.

Björn Crul: Gaat iedereen even snel vooruit of zijn er toch nog grote verschillen?

Hervé Camerlynck: Natuurlijk hebben bedrijven verschillende structuren, verschillende financieringsmogelijkheden en soms ook verschillende beslissingsmodellen.

Maar de visie is overal dezelfde.

Dat betekent dat binnen enkele jaren alle klinkerfabrieken in België zullen beschikken over een carbon capture-installatie.

De visie is dezelfde.

[17:09] Hoe ziet de toekomst eruit?

Björn Crul: Hervé, als we nu tien jaar vooruitkijken, naar pakweg 2035, hoe zal de bouwsector er dan uitzien en wat zal jullie rol zijn?

Hervé Camerlynck: Volgens mij zal de bouwsector nog altijd zeer actief zijn.

De noden blijven bestaan. Het aantal gezinnen groeit en we zitten vandaag met een wooncrisis.

Er zullen dus nog veel woningen gebouwd moeten worden.

Ook op het vlak van infrastructuur blijven er grote noden bestaan. Denk maar aan de Oosterweelverbinding, maar ook aan vele andere infrastructuurprojecten.

Onze rol als leverancier blijft hetzelfde: een betrouwbaar bouwmateriaal leveren waarmee architecten en aannemers kunnen rekenen, en dat bovendien klimaatneutraal zal zijn.

[18:03] Zal cement veranderen?

Björn Crul: Zal dat nog het cement zijn zoals we dat vandaag kennen?

Hervé Camerlynck: In grote lijnen wel.

Misschien zullen er enkele kleine aanpassingen zijn in de samenstelling of in de manier waarop beton gebruikt wordt, maar in principe blijft dat grotendeels hetzelfde.

Ik denk dat vooral de praktijk op de werven zal evolueren. Misschien zal er meer met prefab gewerkt worden en minder met stortklaar beton.

Maar voor de rest blijft het in grote lijnen hetzelfde.

Er is nog heel veel werk in de bouw.

[18:41] Economische kansen voor Vlaanderen

Björn Crul: Als we ook economisch kijken, welke kansen schuilen hierin voor Vlaanderen?

Hervé Camerlynck: De uitbouw van een infrastructuur voor CO₂-transport is een bijzondere opportuniteit voor Vlaanderen.

De cementfabrieken bevinden zich vooral in Wallonië, maar die CO₂-infrastructuur zal nuttig zijn voor het volledige industriële weefsel, zowel in Wallonië als in Vlaanderen.

Via Antwerpen en Zeebrugge kan die CO₂ verder worden getransporteerd.

We bevinden ons op een kantelmoment, vergelijkbaar met de aanleg van de grote kanalen aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, zoals het Albertkanaal.

Dat is het soort moment waarop we ons vandaag bevinden.

[19:31] Afsluiting

Björn Crul: We hebben uitgebreid gesproken over de uitdagingen van de sector en waar jullie vandaag mee bezig zijn. U blijft optimistisch voor de toekomst?

Hervé Camerlynck: Ja, zeker.

Ik ben nu zes jaar directeur van FEBELCEM en het positieve momentum is er nog altijd.

Als ik kijk naar de evolutie van de voorbije zes jaar, zie ik dat er al heel veel veranderd is.

Die evolutie zal zich verderzetten.

Ik denk dat we deze klimaatuitdaging aankunnen. Ze is haalbaar.

Wij kunnen daarin als sector een sterke rol spelen en erin slagen.

Björn Crul: Hervé Camerlynck, bedankt voor dit boeiende gesprek.

Hervé Camerlynck: Dank u wel.

Björn Crul: En ik onthoud, dames en heren, dat cement een centrale rol vervult in de duurzame transformatie van de bouwsector, op het snijpunt van klimaatuitdagingen en een industriële toekomst.

Bedankt voor uw aandacht. Tot de volgende keer.

Gerelateerde podcasts

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten