Het publieke laadnetwerk in Vlaanderen is de laatste jaren razendsnel gegroeid. De bedoeling is dat die groei zich verderzet. Op Europees niveau hoort Vlaanderen bij de koplopers. Geen overbodige luxe, want het percentage elektrische voertuigen ligt in Vlaanderen gevoelig hoger dan in andere EU-landen. In het nieuwe Vlaamse beleid krijgen gemeenten meer mogelijkheden om de uitrol strategisch aan te pakken. Dat is goed voor alle betrokkenen, doordat de doorlooptijden van de plaatsing korter worden en de inrichting van de publieke ruimte verbetert. Jeroen Cockx, coördinator Clean Power for Transport bij het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, deelt zijn visie.
De grootste verandering is de introductie van het strategisch laadplan. Vlaanderen moedigt steden en gemeenten aan om zo’n plan op te maken, waarin ze zelf nagaan waar laadpalen best geplaatst worden. Ze houden daarbij rekening met de toekomstige laadbehoeften en de lokale context. De Vlaamse overheid biedt steden en gemeenten ook data en ramingstools aan om hun laadbehoeften voor 2028 en 2030 objectief in kaart brengen. Zo kunnen lokale besturen strategische keuzes een stuk beter onderbouwen. Als het plan goedgekeurd wordt, kan bovendien het Paal volgt Wagen-principe voor die gemeente stopgezet worden.
Het goedgekeurde plan vormt de basis voor de uitrol in de komende jaren. Er wordt daarbij afgestemd met de laadpaaloperator, die aangeduid is om de plaatsing te doen, en de netbeheerder, die instaat voor de aansluiting op het elektriciteitsnet. Door laadpalen op bepaalde locaties te clusteren in zogenaamde ‘laadhubs’, of de plaatsingswerken binnen een gemeente te bundelen, kan de uitrol sneller en op een efficiëntere manier georganiseerd worden met minder lokale overlast.
Voor alle duidelijkheid: het Paal volgt Wagen-principe wordt niet afgeschaft en blijft een geschikte manier om laadpalen bij te plaatsen op basis van concrete behoeften. Dit principe blijft bestaan in gemeenten zonder strategisch laadplan. Maar ook gemeenten met een goedgekeurd laadplan kunnen ervoor kiezen om dit principe te behouden, weliswaar ingebed in het strategisch laadplan.
Wanneer je een laadpaal aanvraagt, kan een laadpaaloperator die vanaf nu op een ‘redelijke afstand’ van de woning plaatsen, waarbij 250 meter richtinggevend blijft. Deze beperkte versoepeling geeft gemeenten ruimte om laadpunten logischer te groeperen in lijn met het lokale parkeer- en mobiliteitsbeleid: denk aan laadhubs, buurtpleintjes of strategische hoekpunten.
Met deze aanpak zetten we een stap richting een publiek laadnetwerk dat zowel snel als slim groeit. Gemeenten hebben de ruimte om zelf locaties voor hun laadpalen te kiezen, terwijl eigenaars van elektrische wagens verzekerd blijven van voldoende laadmogelijkheden. Het resultaat is een efficiënt netwerk dat mee evolueert met de noden van morgen en rekening houdt met de ruimtelijke context in Vlaanderen.
Jeroen Cockx
Coördinator Clean Power for Transport bij het Departement Mobiliteit en Openbare Werken