De milieu-impact van bouwmaterialen zoals substraten wordt steeds beter meetbaar. Toch spelen die gegevens nog amper mee bij aanbestedingen en aankopen. Bart Geerts, zaakvoerder van substraatproducent Acterra, ziet daardoor een belangrijke kans verloren gaan. Hij pleit ervoor om de CO₂-uitstoot en andere milieuprestaties echt mee te nemen in materiaalkeuzes.
Acterra produceert al ongeveer twintig jaar substraten onder de merknaam TerraViva®. Vooral de laatste vijf jaar merkt Geerts meer aandacht voor hun klimaatimpact. Het bedrijf liet daarom voor het merendeel van zijn substraten de CO2-impact berekenen. “Die cijfers maken materialen objectief vergelijkbaar”, zegt Geerts. “Toch merken we dat men in Vlaanderen zelfs bij een gelijke prijs nog niet automatisch kiest voor het product met de laagste impact.”
De producent van daktuinsubstraten behaalde desondanks alvast als eerste in België een officiële B-EPD (Environmental Product Declaration), meer bepaald voor het revivA daktuinsubstraat. Zo beschikt Acterra nu als duurzame voortrekker over volledig transparante, onafhankelijke en gevalideerde milieudata rond de CO2-impact, grondstoffen, energieverbruik en levenscyclus van de gebruikte substraten.

Nederland toont volgens Geerts alvast hoe zulke milieuprestaties een duidelijke rol kunnen krijgen bij aanbestedingen. De milieukostenindicator, of MKI, vertaalt er de milieubelasting van een product naar een geldwaarde. Bij bepaalde aanbestedingen kunnen milieuprestaties er tot 30 procent van de selectiecriteria bepalen. “Daardoor krijgen bedrijven een duidelijke stimulans om duurzamere oplossingen aan te bieden”, stelt Geerts.
“Maar ook zonder zulke expliciete milieueisen kunnen aannemers op basis van de data duurzamere materiaalkeuzes onderbouwen in hun offertes. Zo krijgt de eindklant zicht op de impact”, aldus Geerts. Acterra kijkt ook naar het einde van de levensduur. Voor zijn daktuinsubstraten biedt het bedrijf desgewenst een terugnamegarantie van twintig jaar. Na terugname blijkt immers dat tot 90% van het materiaal kan worden hergebruikt in nieuw substraat. Dit zorgt voor een gunstige invloed op de levenscyclus analyse (LCA) van het aangeboden substraat.
Voor Geerts ligt de volgende stap dus vooral in het benutten van de beschikbare milieudata. “Nu komt het erop aan deze ook structureel mee te nemen in bestekken en offertes, zodat de hele sector wordt gestimuleerd om duurzamere oplossingen te ontwikkelen toe te passen. Voor onze klanten is het een commercieel voordeel om de milieu impact te kennen, maar dat wordt nog te weinig benut.”