Een welvarend en mobiel Vlaanderen. Het is wat me sinds het begin van mijn carrière bij het Agentschap Wegen en Verkeer eind jaren 90 drijft. Mobiliteit is een noodzakelijke voorwaarde om maatschappij en economie te kunnen laten draaien. En daar mee aan mogen bouwen – letterlijk en figuurlijk- is een voorrecht.
We staan dan ook voor een stevige uitdaging. Een groot deel van ons mobiliteitssysteem en infrastructuurnetwerk dateert uit de jaren 60 van vorige eeuw. Heel wat van onze assets zoals bruggen en wegen moeten gerenoveerd of grondig onderhouden worden. Het verkeer moet veiliger en we willen mensen laten nadenken over hun verplaatsingen. En ook de klimaatuitdagingen, zoals te veel of te weinig water, vragen uitdrukkelijk aandacht.
Als beleidsdomein waren we dan ook verheugd met het regeerakkoord vorig jaar. Ondanks moeilijke budgettaire tijden zetten de regering en onze minister Annick De Ridder in op dat onderhoud en het realiseren van een robuust netwerk.
Vlaanderen staat voor de grote uitdaging om in een veranderende wereld haar welvaart op peil te houden en internationaal competitief te blijven. Zoals ik al schreef is een goed werkend mobiliteitssysteem cruciaal voor onze Vlaamse welvaart. Het fileleed verstikt onze economie, de impact van transport op klimaat en milieu is nog te groot, de verkeersveiligheid trappelt ter plaatse en onze infrastructuur veroudert. De nood aan investeringen en duurzame oplossingen is dan ook enorm.
Ondanks de budgettair moeilijke tijden voorziet de Vlaamse Regering deze legislatuur 1,78 miljard euro extra investeringen binnen ons beleidsdomein. Een hele hap, maar ook met die extra middelen komen er grote uitdagingen op ons af. Het is daarom meer dan ooit cruciaal dat de beschikbare middelen doelmatig en efficiënt worden ingezet. Keuzes maken is onvermijdelijk.
Sinds 2018 werken we binnen het beleidsdomein al goed samen aan een gezamenlijk investeringsprogramma. Maar de opdracht van de Vlaamse Regering vroeg om een volgende stap: een evolutie van sturing vanuit de verschillende mobiliteitsmodi naar een meer geïntegreerd en modusneutraal GIP, gekoppeld aan de beleidsdoelstellingen van de Vlaamse Regering.
Voor de opmaak van het GIP hebben we alle projecten van het beleidsdomein tegen het licht gehouden. Een nieuw opgerichte investeringscel keek over de entiteiten heen, vraaggericht en kritisch naar alle voorstellen die ingediend werden. Daarbij betrokken we ook vervoerregio’s, lokale besturen en het maatschappelijk middenveld. Zo maakten we doordachte keuzes. De focus van de investeringen werd gelegd op de projecten die bijdragen tot de Vlaamse welvaart, verkeersveiligheid, bereikbaarheid én die een antwoord bieden op de onderhoudsnood van onze infrastructuur. Daarnaast werd er gekeken naar investeringen die zo maximaal mogelijk bijdragen tot de modal shift.
Het eerste GIP 2.0 is geland, werd door de minister voorgesteld aan de commissie Mobiliteit en Openbare Werken én gecommuniceerd naar de pers en alle stakeholders. Maar het werk is nog niet af. Er is ruimte voor groei en verbetering. De investeringscel is intussen begonnen aan een nieuwe cyclus en heeft daarbij aandacht voor de leerpunten uit het voorbije traject.
Intussen staan we ook voor andere uitdagingen. In eerste instantie is het essentieel dat de projecten die opgenomen zijn in het GIP ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Dat vraagt om een sterke opvolging, duidelijke rapportering en continue monitoring. Op die manier zorgen we ervoor dat beschikbare middelen efficiënt ingezet worden en dat de welvaart en competitiviteit van onze regio gegarandeerd worden.
En vooral, we zullen daarvoor zo goed mogelijk moeten samenwerken met alle partners en stakeholders. Binnen ons beleidsdomein, met andere overheden, aannemers en belangenverenigingen. Vanuit mijn nieuwe rol bij De Vlaamse Waterweg nv zal ik daar met veel plezier en toewijding mijn steentje aan bijdragen.
Filip Boelaert
Voormalig secretaris-generaal Departement Mobiliteit en Openbare Werken, nu gedelegeerd bestuurder van De Vlaamse Waterweg nv