De cementsector wordt vaak met de vinger gewezen omdat die zou achterblijven op vlak van vergroening. Toch schuilt achter het imago van deze zware industrie een heel andere realiteit. De Belgische cementsector ondergaat momenteel immers een ingrijpende transformatie. Hervé Camerlynck, directeur van sectorfederatie Febelcem, geeft meer uitleg bij deze technologische, economische en maatschappelijke revolutie.
Cement is het bindmiddel in beton, “de kunststeen die je in elke gewenste vorm kan gieten”, zoals Hervé Camerlynck het omschrijft. Beton heeft de moderne architectuur mee vormgegeven. De sector is goed voor 3% van de Belgische CO2-uitstoot, maar die cijfers moeten volgens Camerlynck in hun juiste context worden geplaatst: “Men focust zich vaak op de CO2-uitstoot, maar vergeet tegelijk hoe belangrijk cement en beton zijn voor onze maatschappij. Zonder deze grondstoffen kan je nu eenmaal geen gebouwen optrekken of nieuwe infrastructuur aanleggen.”
Bovendien is cement bij uitstek een product dat bijdraagt aan onze strategische autonomie. Het is een uitgesproken lokaal product, waarvan de granulaten rechtstreeks uit onze steengroeves komen. Er wordt gewerkt aan ecologische alternatieven, maar die zijn er nog niet op grote schaal. Camerlynck benadrukt de harde realiteit van de volumes: “In België verbruiken we ongeveer 40 miljoen ton beton. Een oplossing voor enkele honderden tonnen of enkele kubieke meters helpt dus niet echt. We hebben oplossingen nodig die je op grote schaal kan inzetten.”
Bovendien is de productie van cement een zeer energie-intensief proces. Kalksteen wordt verhit tot 1.400 °C, waarbij onvermijdelijk CO2 vrijkomt door de chemische reactie van decarbonatatie. Die uitstoot neutraliseren is de uitdaging die in de Net Zero Roadmap van Febelcem beschreven staat. België geeft alvast het goede voorbeeld. “Terwijl het Europese gemiddelde op 650 kg CO2 per ton cement ligt, zit België vandaag al op 520 kg. Dat is een daling met 30% sinds 1990.”


Om een netto nul-uitstoot te bereiken, rekent de sectorale roadmap op drie grote industriële hefbomen. Ten eerste: energetische optimalisatie. “Belgische cementfabrieken vervangen fossiele brandstoffen door gesorteerd, niet-recycleerbaar afval. Vandaag leveren die alternatieve brandstoffen al meer dan 60% van de energie in de ovens. En de ambitie is om dat aandeel op te trekken naar 90%”, stelt Hervé Camerlynck.
De tweede hefboom is het aanpassen van de cementsamenstelling. “Klinker, de actieve component van cement en tegelijk de belangrijkste bron van CO2-uitstoot, wordt al decennialang gedeeltelijk vervangen door gelijkwaardige grondstoffen zoals hoogovenslak, een industrieel nevenproduct uit de productie van gietijzer. Intussen zijn ook andere alternatieve materialen mogelijk, zoals gecalcineerde klei. Die wordt verhit aan veel lagere temperaturen, waarvoor er dus minder energie nodig is.”
De derde hefboom is de afvang en opslag van koolstof of Carbon Capture and Storage (CCS). “Daarbij wordt de CO2 na opvang en zuivering onder druk gezet en via pijpleidingen vervoerd. Het is de bedoeling om dit product te injecteren en te bewaren in voormalige gasreservoirs in de Noordzee.” Hervé Camerlynck wil de scepsis rond deze toepassing wegnemen: “Het lijkt misschien een revolutionaire techniek. Maar dat is het niet. In andere sectoren wordt al vijftig jaar CO2 afgevangen.”
De infrastructuur voor transport en opslag zou tegen 2030-2031 operationeel moeten zijn in België. “De ontwikkeling van het CO2-transportnetwerk is echt vergelijkbaar met de uitbouw van het kanalennet aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw. We bevinden ons aan de vooravond van een industriële heropleving.”
De vereiste investeringen zijn immens: honderden miljoenen euro’s per locatie waar CO2 afgevangen wordt. De cementsector moet de komende maanden dan ook cruciale investeringsbeslissingen nemen. “We zitten in een kritieke periode waarin cementproducenten moeten beslissen of ze opnieuw diep in de buidel willen tasten om in hun toekomst te investeren”, waarschuwt Hervé Camerlynck.
Tegelijk wint circulair bouwen terrein, onder impuls van een nieuwe generatie ingenieurs en architecten: jonge mensen die zich willen inzetten voor het klimaat. “Toonaangevende projecten zoals de renovatie van de ZIN-toren in Brussel tonen aan dat het vandaag mogelijk is om bestaande betonstructuren te behouden en te hergebruiken. Beton is immers een materiaal dat gemaakt is om honderden jaren mee te gaan. Duurzaamheid betekent dus niet dat je traditionele materialen hoeft op te geven, maar veeleer dat je ze een nieuwe toekomst geeft”, besluit de directeur van Febelcem.