Een sterk waterbeleid vraagt duidelijke keuzes, samenwerking en gerichte investeringen. Tijdens de VLARIO-dag 2026 in Antwerp Expo werd dat scherp gesteld. Meer dan 1.200 experten in hemel- en afvalwaterbeheer deelden inzichten over een duurzame en klimaatbestendige toekomst waarin water meer dan ooit het verschil maakt.
Vlaams minister Jo Brouns opende de dag met een duidelijke boodschap: een weerbare leefomgeving vraagt blijvende investeringen. Via het Lokaal Pact en de Blue Deal stroomt al veel geld naar waterprojecten. Toch blijven de middelen beperkt. Daarom verschuift de focus naar strategische gebieden en lokale samenwerking. Brouns pleitte ook voor snellere vergunningen en minder starre regels. Europese doelstellingen blijven overeind, maar moeten sociaal en economisch haalbaar blijven.

Tom Hofman, algemeen directeur van Sint-Lievens-Houtem, schetste de realiteit voor lokale besturen. Gemeenten investeren vooral in riolering en sanering. Tijd en middelen voor een apart beleid rond ontharding en infiltratie ontbreken. Die maatregelen worden vaak noodgedwongen gekoppeld aan andere projecten. Hofman wees ook op bijkomende obstakels, zoals complexe dossiers en beperkende regelgeving. Hij pleitte voor meer steun op maat van landelijke gemeenten, decentrale zuivering en een sterkere samenwerking met landbouwers.

Tijdens het panelgesprek gingen Boerenbond, Natuurpunt, VMM en VVSG in op de uitdagingen rond waterbeheer voor lokale besturen, landbouw en natuur. Volgens VMM, VVSG en Natuurpunt vormt een correcte grachtenkaart de basis voor een goed beleid. Boerenbond blijft kritisch en vreest een grote impact op landbouwbedrijven. Over vervuiling klonk meer eensgezindheid: elke sector draagt verantwoordelijkheid.
Boerenbond wees op de invloed van overstorten en ongezuiverde lozingen op meetnetten en pleitte voor verdere dialoog. Natuurpunt benadrukte de schade aan natuurgebieden door vervuild overstromingswater en drong aan op vooruitgang in zowel het mestbeleid als het beheer van overstorten. VVSG pleitte voor een gebiedsgerichte werking, terwijl VMM verwees naar de KRW-doelstellingen die gerichte oplossingen vragen.
VVSG wil een duidelijke regierol voor gemeenten en een betere afstemming met Vlaamse initiatieven. Boerenbond vroeg steun en stimulansen om landbouw een blijvende plaats in het landschap te geven. Natuurpunt pleitte voor een snelle realisatie van robuuste natuurgebieden in valleien. VMM benadrukte dat de klimaatverandering snelle actie vereist.
Tijdens het debat bleek er een brede overeenstemming te zijn over de noodzaak om aan het volledige watersysteem te werken. Er blijft echter spanning tussen snel handelen en het bieden van langdurige zekerheid en betrokkenheid voor alle actoren, zeker in gebieden waar ruimtelijke keuzes nog openstaan.

Sarah Garré (ILVO-Plant) benadrukte dat droogte en wateroverlast steeds vaker samen optreden. Lokale besturen spelen een sleutelrol door water vast te houden en landbouw klimaatrobuust te maken. Haar advies: vertrek van de lokale context, werk samen en ondersteun structureel om droogte én wateroverlast tegelijk aan te pakken.
Raf Bellers (Fluvius) focuste op rioleringsbeheer. Sensoren en data maken het mogelijk om overstorten beter te monitoren, waardoor investeringen beter gericht kunnen worden. Gemeenten spelen een sleutelrol door hemelwater buiten de riool te houden, bij heraanleg samen te werken met rioolbeheerders en te investeren waar de impact het grootst is.
Hanne Vandewaerde (Regionale Landschappen) liet zien hoe gebiedsgerichte samenwerking loont. Haar centrale boodschap: lokaal bestuur is onmisbaar. Door mensen en middelen te bundelen, complementair te werken en breed te betrekken, kunnen gemeenten het collectieve waterbelang waarmaken en hun omgeving weerbaarder maken.

Patrick Willems (KU Leuven en VLARIO) schetste hoe lokale besturen waterweerbaar moeten worden via duidelijke waterzekerheidsdoelen. Een robuust watersysteem combineert volgens hem een beperking van overstromings- en droogterisico’s met een veerkrachtige samenleving. Slimme bovenstroomse sponsmaatregelen vergroten het waterbergend vermogen. Zijn conclusie: we kennen de oplossingen; nu zijn grootschalige toepassing, visie en structurele sturing noodzakelijk om Vlaanderen waterzeker te maken.
