De kwaliteit van onze waterlopen staat meer dan ooit in de schijnwerpers. Vlaanderen heeft een dicht en complex netwerk aan waterlopen, waarvan het overgrote deel, naar schatting zo’n 95%, onbevaarbaar is. In 2024 werd het Bodemdecreet van 2006 aangepast, met belangrijke gevolgen voor hoe we waterbodemverontreiniging in die niet‑bevaarbare waterlopen onderzoeken en saneren.
Voor eigenaars, exploitanten, overheden en waterloopbeheerders betekent dit: meer duidelijkheid, maar ook meer verantwoordelijkheid.
De waterbodem bestaat uit het vaste deel van de bodem en het sediment. Verontreinigd sediment of slib kan gevaarlijke stoffen bevatten die vrijkomen door omstandigheden, zoals lage debieten of baggeren. Zo kan de verontreiniging opnieuw het water belasten.
Een waterloop is namelijk een dynamisch systeem: waterbodem en oppervlaktewater beïnvloeden elkaars kwaliteit. Dat kan onder andere door erosie van de oevers en van de omgeving, aanvoer van sediment, lozingen, onderhoudswerken enz.
Via waterbodemonderzoek kunnen we bepalen: in welke mate slechte waterkwaliteit of ecologische problemen veroorzaakt worden door verontreiniging van de waterbodem.of dat gebeurt door interne belasting en/of door actuele lozingen.
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) verplicht lidstaten om voor hun oppervlaktewateren een goede ecologische en chemische toestand te realiseren. En dat te onderbouwen met monitoring én met concrete maatregelen. Volgens KRW‑evaluaties is de waterkwaliteit in Vlaanderen nog zwak:
In het Bodemdecreet van 2024 staan twee belangrijke vernieuwingen voor waterbodemverontreiniging in niet‑bevaarbare waterlopen:
Bij een oriënterend bodemonderzoek (OBO) is het voortaan verplicht na te gaan of er ook waterbodemverontreiniging aanwezig is in de aanpalende of beïnvloede waterloop.
De saneringsplicht en de kosten ervan wordt duidelijk verdeeld tussen de verschillende actoren:
• de exploitant, gebruiker of eigenaar van de onderzochte grond, als de verontreiniging toe te schrijven is aan risico‑activiteiten
• de beheerder van de waterloop, als de verontreiniging niet gerelateerd is aan de onderzochte grond
• bij gemengde verontreiniging, een gezamenlijke bodemsanering door exploitant, gebruiker of eigenaar en de beheerder van de waterloop, volgens een verdeelsleutel die OVAM bepaalt.
Sweco ontwikkelde mee voor OVAM een innovatieve fingerprinting-methode om toewijsbare bronnen te analyseren.
Wist je dat? In enkele situaties is waterbodemonderzoek decretaal verplicht, zoals bij overdracht van een risicogrond, of bij de sluiting/stopzetting van een risico-activiteit (inclusief een faillissement of vereffening). OVAM kan ook een verplichting opleggen, of een periodiek onderzoek voor bepaalde risicogronden.
Waterbodemstudies onderzoeken dus een dynamisch systeem, met verschillende mogelijke bronnen van verontreiniging (historisch en/of actueel), en met meerdere belanghebbenden. Dat alles maakt het moeilijk om de bron van de verontreiniging eenduidig toe te wijzen.
Sweco gaat voor een systeemgerichte aanpak met een nadruk oprisicobeheer. Die gaat dus verder dan enkel de verwijdering van vuilvracht. Deze kosteneffectieve en duurzame oplossingen vereisen een heel specifieke aanpak.
In een EERSTE FASE onderzoeken onze waterbodemexperts de volgende aspecten:
Waterbodemstudie fase I – Het waterbodemsysteem
Hoe zit het hydrologisch systeem en specifiek het waterbodemsysteem in elkaar?
• De verhouding en interactie tussen oppervlaktewater, waterbodem, grondwater, hemelwater en lozing
• De water- en stoftransportmechanismen in de beeksystemen
Waterbodemstudie fase I – Stakeholder analyse
• Welke stakeholders zijn betrokken en wat is de rol van elke stakeholder?
• Op welke manier benaderen de stakeholders de waterbodemverontreiniging?
• Wie is de drijvende kracht voor verdere acties?
Waterbodemstudie fase I – Inventarisatie verontreinigingsbronnen
Met een voorstudie analyseren we de historische en actuele risico-activiteiten in het gebied, zoals verdachte activiteiten, lozingspunten en gekende verontreinigingen langsheen de waterloop.
In een TWEEDE FASE verfijnen we de analyses met gericht onderzoek, via veldwerk, staalnames en laboratoriumanalyses. In een DERDE FASE evalueren we de risico’s. Via een in-huis ontwikkeld scoresysteem onderscheiden we snel de waterbodems waar waarschijnlijk geen ecologische risico’s worden veroorzaakt, van waterbodems waar mogelijk ecologische risico’s aanwezig zijn. Via een diepgaandere evaluatie bepalen we of verder onderzoek of sanering nodig is.
Vanuit deze methodologie kunnen we correcte, slimme en kostenefficiënte maatregelen formuleren, die effectief bijdragen aan een verbetering van de waterhuishouding.
• Welke risicopaden zijn van belang, redenerend vanuit het watersysteem;
• Waar kan ingegrepen worden om de relevante risico’s weg te nemen;
• Met voldoende draagvlak bij de verschillende stakeholders.
In de Kempen zijn bodem en watersysteem door vroegere activiteiten van non‑ferro‑smelterijen op regionale schaal verontreinigd met zware metalen. Samen met OVAM en andere stakeholders werkte Sweco een holistische modelleringsaanpak uit, inclusief saneringsacties en beschermende maatregelen.
Doel van de opdracht: de huidige verontreinigingsrisico’s in kaart brengen én vooruitkijken naar de toekomstige evolutie van de verontreiniging in grond‑ en oppervlaktewater.
Een sprekend voorbeeld is de Eindergatloop. De oevers van deze waterloop bestaan op bepaalde trajecten grotendeels uit zinkassen of metaalhoudend restafval. Door erosie komen Zn‑ en Cd‑rijke deeltjes in het water terecht, wat leidt tot verhoogde metaalconcentraties in het oppervlaktewater.
In 2018 werd over een lengte van ongeveer 1 km een oeverstabilisatie en afdekking uitgevoerd met geotextiel en schanskorven.
• Afwerking met teelaarde en ingezaaid gras creëert een natuurlijker uitzicht;
• Verdere erosie van zinkassen naar de waterloop worden vermeden;
• De concentraties zware metalen in het oppervlaktewater daalden ter plaatse.
Ook al worden stroomafwaarts geen zinkassen meer waargenomen in de waterbodem, door de instroom van verontreinigd grondwater blijven de metaalconcentraties in het oppervlaktewater toch boven de normen. Daarom worden nu verschillende saneringsmethoden onderzocht.
Deze case illustreert dat een gebiedsgerichte, geïntegreerde aanpak noodzakelijk is om historische waterbodemverontreiniging duurzaam aan te pakken. Daarbij moeten technische haalbaarheid, kosteneffectiviteit en ecologische winst zorgvuldig worden afgewogen.
Waterbodems hebben technisch een raakvlak met diverse disciplines: bodem en grondwater, oppervlaktewater, ecologie, industriële lozingen, hydraulica, etc. Bovendien horen al deze disciplines thuis onder verschillende instanties. Sweco ondervangt deze fragmentatie en alle complicaties vandien, met een integrale aanpak.
Het nieuwe bodemdecreet van 2024 maakt van waterbodemonderzoek een structureel onderdeel van het decretaal bodembeleid. Dat heeft gevolgen voor eigenaars, exploitanten en waterloopbeheerders:grotere verantwoordelijkheid voor (mee) veroorzaakte waterbodemverontreiniging; saneringsplicht en risico’s correct bepalen via degelijk onderzoek; om de waterkwaliteit en ecologische toestand van onze waterlopen te verbeteren via gerichte maatregelen.